Het is 2003, als Boyo – een herplaatser van negen maanden – in mijn leven komt.
Zijn vorige eigenaar had afstand van hem gedaan en hem naar de fokker teruggebracht. Hij was prachtig en had een enorme energieke uitstraling. Ik was meteen om, toen ik hem zag.
Negen maanden jong en totaal niet opgevoed (tenminste… misschien was hij wel opgevoed, maar ik merkte daar niet heel veel van).
Aangezien ik met Chico (mijn eerste hond) naar puppycursus was geweest, ging ik (vanzelfsprekend) met Boyo ook naar de hondenschool.

De eerste keer, dat we in de groep plaatsnamen, was een drama. Boyo vond andere honden heel stom, viel naar alles en iedereen uit en had dan ook totaal geen concentratie. De week erop ging ik weer, vol goede moed. Maar ook dat was weer een drama. Op het veld was hij totaal niet zichzelf, hij vloog alle kanten op, behalve de goede. Daarbij blafte hij enorm en kon hij ook nog eens heel goed gillen, een gillende keukenmeid was er niets bij. Ik schaamde me kapot voor hem.
Na de les waren wij beide helemaal op. En toch ging ik de week erna weer. Waar ik met mijn pup zo leuk de trainingen had gevolgd, was dit hele andere koek. We verzopen gewoon!
Korte tijd daarna dacht ik: Dit gaat zo niet werken, ik stop met deze lessen!

Alleen die gedachte, was al een hele opluchting.

Een aantal maanden, voordat Boyo in mijn leven kwam, was ik gestart met de meerjarige opleiding tot kynologisch gedragstherapeut. Ik was ondertussen bekend met de stresssignalen die honden laten zien. Daarnaast kreeg ook ik allerlei goedbedoelde adviezen van andere hondenbezitters, maar ik wist: Dit kan ik niet alleen. Ik beschikte (nog) niet over de vaardigheden, waarmee ik dit gedrag kon ombuigen: welke stappen ik daarvoor moest nemen. Ik had hierbij professionele hulp nodig.

De professionele hulp kwam en ik kon eindelijk echt met Boyo aan de slag. Ik moest gaan nadenken, waar ik – vanwege zijn uitvalgedrag – wel en niet met hem kon lopen, hoe ik er toch voor kon zorgen, dat hij zijn energie kwijt kon en zo waren er nog wel wat uitdagingen. Vervolgens werd ook ik ūüėä, regelmatig teruggefloten, als ik harder wilde dan mijn hond aan kon. (Zie ook https://chiboba.nl/trainen-van-je-hond/) Dat vertaalde zich, doordat Boyo terugviel in zijn oude gedrag. Het gedrag, dat hij al maanden had geoefend, voordat hij bij mij kwam. Het was 1 stap vooruit en weer 2 stappen terug. Uiteindelijk werd dat iedere keer een mini stapje vooruit. Hoe klein ook, maar een mini stapje is ook een stapje. ¬†Het is en blijft de kunst, om die mini stapjes te blijven zien.

Mijn volhouden werd beloond. Het duurde even, maar we zijn er gekomen. Schaamte werd vervangen door trots. Trots, omdat we van ver kwamen en het overwonnen, tenminste zo voelde het. Trots op zijn krachtige, uiteindelijk stabiele karakter, waar ik nog jaren van heb mogen genieten.

Door schade en schande word je wijs en dat kost soms meer tijd, dan je van tevoren had bedacht. Maar ik verzeker je, het is het uiteindelijk dubbel en dwars waard!

Kun je wel wat hulp gebruiken met het trainen van je hond? Bekijk dan het trainingsprogramma ‘Ken je hond’.

Schamen voor mijn hond wanneer hij uitvalt en veel blaft

Deze tekst is geschreven door Ursela Stokdijk | Chiboba, blij met je hond, die wél luistert. Het overnemen van deze tekst zonder schriftelijke toestemming is niet toegestaan. Delen van dit artikel op social media wordt zeer gewaardeerd.

Hoe ik mij schaamde voor mijn hond